
Midden in de lente is het tijd voor de nieuwsbrief!


BIJNA LAATSTE KANS OM JE AAN TE MELDEN!!!!
Aanmelding Hondenwandeling Hobodogs
Op zaterdag 9 mei organiseren wij de jaarlijkse hondenwandeling voor alle Hobodogs én hun baasjes.
Natuurlijk zijn vrijwilligers en andere geïnteresseerden, na aanmelding, ook van harte welkom.
Het verzamelpunt is Restaurant De Kriekeput naast wandelgebied Herperduin: Schaijkseweg 3a in Herpen.
We verzamelen hier om 10.30 uur voor een kop koffie of thee, waarna we om 11.00 uur starten met de wandeling. Het losloopgebied is niet omheind, dus maak zelf een afweging of je hond hier los kan of niet.
In het bos is een uitgezette wandeling van ongeveer 6 km, je loopt hierbij ook langs een zwemvijver waar de honden kunnen zwemmen. Natuurlijk kun je zelf bepalen hoelang je meeloopt.
Na de wandeling komen we terug bij De Kriekeput waar een apart, overdekt, terras voor ons klaarstaat. Hier kan gebruik gemaakt worden van een lunch. Het lijkt ons fijn om hier iedereen even te spreken. Ook zullen we wat leuke spullen verkopen of verloten voor het goede doel. We hopen dat MariCarmen en Mayte van Puntanimals ook weer kunnen komen om onder andere ‘hun’ honden te knuffelen.
Voor deelname aan de wandeling bieden we twee opties:
1. Deelname aan de wandeling met een consumptiebon en lunch na afloop: soep, broodje gezond en voor 15 euro per persoon.
of
2. Deelname aan de wandeling voor 5 euro per persoon, inclusief 1 consumptiebon voor koffie/thee.
Aanmelding voor de wandeling kan als volgt:
Stuur een mail naar bestuur@hobodogs.nl, vermeld hierin duidelijk:
aantal personen, naam van de hond(en), wandeling mét lunch (15 euro pp) of wandeling zonder lunch (5 euro pp). Eventuele dieetwensen horen wij ook graag.
Wij vragen u vervolgens het betreffende bedrag over te maken op NL89 RBRB 0954 4694 10 t.n.v Stichting Hobodogs ovv de naam van de hond(en).
We hopen op een grote opkomst, stralend weer en een geweldig weerzien!


Welkom monsieur Arthur!
Sommige zekerheden in het leven blijven onveranderd.
Zoals de tijd die alle wonden heelt bijvoorbeeld.
Wat blijft is en litteken ter herinnering. En als je daar niet te vaak en te veel aan peutert leer je er op den duur mee leven. Trouwens, je zult wel moeten want de tijd is onverbiddelijk, die laat je geen keuze. Dat heet dat je verder moet. Dat het leven door gaat.Monte en Kendall waren zeker niet vergeten maar het lukte gelukkig steeds beter om met een glimlach aan hen terug te denken.
En zodoende mijmerden ze af en toe, eigenlijk steeds vaker, hoe het zou zijn als er weer een logé zou komen. “Ik zou het wel leuk vinden hoor Cubana!”
Simon lag in de zon te zonnen, liet zich op zijn rug rollen en strekte zich langzaam uit.
“Ik weet niet hoe het gaat met een logé erbij. Dat heb ik niet eerder meegemaakt.”
“Jij was ook een logé maar je bent voor altijd gebleven. Weet je hoe dat heet? Een plak-pleeg haha!” Simon moest erg lachen om zijn eigen grapje.
“Een plak-pleeg? Betekent het dat een logeetje ook voor altijd kan blijven?” vroeg Cubana.
“Ja! Die kans ofwel dat risico loop je natuurlijk altijd. Een hart laat zich niet sturen! Haha!”
Simon gierde het uit. Cubana keek hem niet begrijpend aan: “Wat bedoel je?”Ineens was Simon ernstig: “Jij wist niet eens dat je nog een hart had toen je bij ons kwam.
En ook je zieltje was kapot getrapt. We hadden met je te doen. Heel langzaam verdwenen de kreukels en durfde je te laten zien dat je het fijn vond bij ons en dat hebben we toen maar zo gelaten. Maar…we begonnen ons gesprek om misschien een logeetje te laten komen.”“Jij weet hoe je dat moet regelen Simon. Doe maar dan. Monte en Kendall zouden het ook willen.”
En zo begon Simon te corresponderen met zijn vrienden ver weg. Of er iemand wilde komen logeren had hij gevraagd. Een rustig type want Cubana was niet meer de zo piepjong. Bovendien hield ze sowieso niet van drukte en herrie.Onverwacht snel kwam Jan de Wind met een brief uit Spanje.
“Hoeiiiii, post voor jou Simon…” de brief kwam naar beneden dwarrelen en landde onder de eikenboom. Simon rende naar buiten en kwam opgewonden met de brief naar binnen.
“Cubana, een brief uit Spanje!” Cubana zat meteen recht op haar kussen.“Wat staat erin? Lees voor Simon!” Cubana kon niet wachten.
Simon schraapte zijn keel en begon te lezen:Beste vrienden, ik zou erg graag, héél erg graag komen logeren. Je zou mij erg blij maken als ik mocht komen. Héél erg blij zelfs. Ik was een zwerver, momenteel heb ik tijdelijk onderdak. Als ik mag komen logeren ben ik weer een stapje dichter bij een eigen thuis. Ik hoop dat jullie ja zeggen!
Hoogachtend, Arthur.“Een keurige, beleefde brief vind je niet Cubana?”
Cubana knikte: “Laat maar weten dat het oké is. Laat hem maar komen.”Dus schreven ze meteen een antwoord: Beste meneer Arthur, U bent welkom.
Jan de Wind haalde hun antwoord dezelfde dag nog op en nu was het wachten wanneer Arthur zou komen. Als snel liet hij weten dat hij een plaats gereserveerd had in de rescue-taxi.
En zo gingen ze op een zonnige zaterdagmiddag op pad om meneer Arthur op te halen.
Cubana was vreselijk zenuwachtig. Ze bibberde en trilde en durfde de auto niet uit.
Simon besloot om bij haar te blijven totdat meneer Arthur was gearriveerd.
“Dan ga ik hem welkom heten Cubana, ook namens jou.”
Zogezegd zo gedaan. Toen de taxi arriveerde stond Simon achter een hekje te wachten.Diverse hondjes waren al uitgestapt en daar kwam de volgende…..een grote meneer stapte uit en …… hij deed eerst een hele grote plas! Pfffttt, dat luchtte op zeg! Hij keek om zich heen en liep naar het hekje: “Simon?” “Dat ben ik!” zei Simon verlegen. De grote meneer gaf hem een zoentje op zijn neus: “ Ik ben Arthur! Ik ben zo blij dat ik mag komen logeren!”
Simon kon even niets zeggen, hij kon alleen maar kwispelen, héél erg hard kwispelen.
Samen liepen ze richting auto waar Cubana intussen ook was uitgestapt.OK zij kreeg een zoentje op haar neus tot Simon’s grote verbazing vond Cubana dat zomaar goed! Terwijl ze normaliter al van verre roept dat er bij haar geen kans op sjans is.
Vrouwen zijn onvoorspelbaar dacht Simon bij zichzelf en schudde zijn hoofd.Daarna stapten ze in de auto en ging de reis huiswaarts.
Eenmaal thuis gekomen wezen ze Arthur waar hij mocht gaan liggen. Arthur was onder de indruk: een eigen kussen, dat had hij nog nooit gehad.
Hij ging liggen en viel in een diepe slaap. Cubana en Simon begrepen het wel, ook zij waren erg moe van de lange reis lang geleden.
De volgende ochtend was Arthur uitgerust en nadat ze hadden ontbeten vroeg Simon een beetje verlegen: “Mogen wij wat vragen meneer Arthur?”
“Tuurlijk, vraag alles wat je wil weten.”“Bent u van adel? U bent namelijk zo prachtig zwart, U ziet er erg chique uit! En ik heb nog een vraag, U bent zo groot, heeft u toch maar één naam? Eén naam voor Uw voor- en achterkant?
Niet Arthur-Olaf? Of Arthur-Guillaume bijvoorbeeld? Arthur-Lodewijk kan ook.”
Simon keek vol verwachting omhoog richting Arthur.“Haha” begon Arthur, “haha, nee joh, ik heet gewoon Arthur en je hoeft me ook geen meneer te noemen.” “Da’s nou jammer, ik had het wel leuk gevonden om tegen iedereen te vertellen dat wij een hele belangrijke adellijke logé hebben. Dat had ik nou echt leuk gevonden.”
Simon had al binnenpretjes als hij dacht aan de verbaasde gezichten van iedereen.
“Als jij het leuk vindt om mij een adellijke meneer te noemen dan mag dat hoor!”
Arthur liep terug naar zijn kussen, ging liggen, geeuwde en sloot zijn ogen.Intussen was Simon al begonnen aan een berichtje voor alle vrienden:
Heden is gearriveerd onze adellijke logé, monsieur Arthur.
Hij is héél groot, maat XXXXL, model huiskamerpony!En hij grinnikte in zichzelf: “Wat een grapjas ben ik toch!”
